De roman van den schaatsenrijder

De roman van den schaatsenrijder

Cyriel Buysse

5.0
Comment(s)
1
View
16
Chapters

De roman van den schaatsenrijder by Cyriel Buysse

De roman van den schaatsenrijder Chapter 1 No.1

Het kleine plekje bij den Lusthof

Ik wil u een en ander vertellen uit het leven van een schaatsenrijder.

Die schaatsenrijder ben ik.

Ik heb zóóveel, in verschillende landen, op schaatsen gereden, dat het schaatsenrijden in mijn leven een stuk leven op zichzelf geworden is.

Ik herinner mij nog die jonge, sterke jaren mijner jeugd, met die lange, saaie winters buiten, waar het ijs dan eensklaps, als onder de macht eener tooverroede, kleur en fleur en beweging in bracht.

Het was er ineens, na eindelooze dagen van grijze eentonigheid; ineens, op een frisschen, prikkelenden morgen: velden en boomen wit-berijpt, de harde grond klinkend onder de voetstappen, de neusgaten der paarden dampend en de zon die nevelig-oranje aan den blauw-wazigen einder oprees met korte, gouden stralen, die alom miljoenen en miljoenen diamanten deden fonkelen.

Even buiten 't dorp, op korten afstand van ons huis, lag de Lusthof. Die Lusthof heette te zijn het zomerverblijf van den dorpsnotaris. 'n Zonderlinge fantaisie! Een villa-achtig gebouwtje in roode steen met chalet-dak, zoo iets als men ziet afgebeeld op goedkoope chromos en prent-briefkaarten. Het lag aan den voorkant langs den trekweg van 't kanaal en aan de achterzijde grensde het aan een stuk weiland, dat gedeeltelijk tot lusttuintje was ingericht. Er stonden banken, er waren pri?eltjes, er lag een vijvertje met roode vischjes en een fonteintje, dat tusschen rotsblokken van sintels opspoot; en op een grasveldje prijkte een groote, glazen bol, waarin de gansche omgeving zich wanstaltig en gedrochtelijk weerkaatste.

De dorpsnotaris, die in het dorp zelf, op nog geen tien minuten afstands, een prachtig oud huis, met een heerlijken, uitgestrekten tuin bewoonde, kwam 's zomers, op den Lusthof, af en toe enkele uren doorbrengen. Een onzinnig idee, een dorpsprotserige aberratie, om te kunnen zeggen, dat hij een "binnen" en een "buiten" had. Hij deed er niets; er was ook niets te doen; hij liep een paar keer rondom zijn onnoozel tuintje, keek naar de schaarsche bloemen en deed even het fonteintje spuiten; en ten slotte ging hij zitten op een bank tegen den achtergevel van het huis, waar hij dan nurksch bleef vóór zich uit staren, tot hij er eindelijk genoeg van had en met trage, stramme schreden door de velden naar het dorp terugkeerde. De villa zelve, voor zoover ik weet, is nooit ook maar één enkelen dag bewoond geweest.

Wat voor mij en een paar andere jongens van mijn leeftijd de aantrekkelijkheid van den Lusthof uitmaakte, was het kleine stukje weiland dat achter het tuintje lag en geregeld 's winters onder water liep. Dat kwam zoo omdat de gekke notaris de eene helft van het stuk weiland, dat hij in lusttuin had herschapen, eenigszins had laten ophoogen en daardoor al het water naar het laag-liggend gedeelte had gedreven. Het vormde daar een soort plasje van niet meer dan een paar honderd vierkante meters oppervlakte en zóó ondiep, dat het dadelijk bevroor en zonder eenig gevaar kon bereden worden, terwijl er op de grootere wateren nog in de verste verte maar geen sprake was van schaatsenrijden.

Daar, op dat plekje, heb ik als jonge jongen mijn eerste schaatsenschreden gewaagd. O, dat eerste komen op het maagdelijk ijs, het donker ijs, donker als water, met het gras dat er nog groen doorheen schijnt, als door een schoonen, breeden spiegel! Zal het reeds dragen, na die slechts een of twee nachten vorst, of zal het kraken en breken, met modderig-opspattend water, over den mooien, gladden spiegel? Een voet gewaagd en eens gedrukt. Het kraakt, er komen sterren in, maar het schijnt toch te kunnen dragen. Jawel, het draagt, het draagt; het kraakt al minder een eind verder; ik schuif er glijdend overheen; ik voel mijn hart popelen en mijn oogen stralen; ik keer terug naar den kant en bind met hijgende haast mijn schaatsen aan. Ik ben alweer de eerste, de éérste; ik geef het mooie voorbeeld, dat straks met uitgelaten vreugde door de verraste schooljongens nagevolgd zal worden. Ik sta op mijn schaatsen op het maagdelijk donker ijs, ik rijd er overheen, ik voel mij zweven als een vogel, een dolle blijheid zweept mij op, er bestaat niets meer voor mij op de wereld behalve het verrukkelijk genot van 't schaatsenrijden!

De zachte zon rijst hooger aan den einder en glinstert over de wonderschoone tooverwereld van zilveren rijp en fonkelende diamanten. Daar ligt het dorpje stil te baden in die heerlijkheid, met de cijfers en de wijzers van de uurplaat op den kerktoren die tintelen als goud; daar staat de oude, houten molen droomerig op zijn berm, als een sterke, kalme reus, die met gekruiste armen in starende bespiegeling van al zijn vroegere vermoeienis schijnt uit te rusten; daar komen in de verte reeds de schooljongens, die nog niets vermoeden, die mij nog niet zien en als een troepje uitgelaten vogels klepperen en snateren, de kragen opgetrokken, de schouders huiverend, de verkleumde handjes in hun dikke, wollen wanten. Maar eensklaps hebben zij mij ontdekt en zij komen gevlogen; en in een oogwenk is het ijsveldje vol van hun drukte; en zij rennen, glijden, struikelen, buitelen en vallen, terwijl het alom luid opdreunt van hun dolle, wilde, uitbundige pret.

Maar.... daar komt meteen over het veld een strenge, stramme, donkere gestalte aan: meneer de dorpsnotaris, bezitter van den Lusthof en van 't verdronken stukje weiland, dat er bij behoort!

De pret verstomt, de jongens dringen stil en schuchter op een hoekje bij elkaar. Ik voel een groote, gróóte droefheid als 't ware verstijvend over mij neerkomen en rijd nog slechts met lustelooze slagen door. Wat zal hij zeggen! Zal hij onze vreugd verstoren, ons met ruw gebaar, tyranisch van het heerlijk ijsveldje wegjagen! Daar is hij. Met stramme beenen komt hij uit den hollen landweg, schrijdt dwars over het weiland, langs den rand van het ijs heen, blijft daar even onbewegelijk staan kijken.

Hij zegt niets, maakt geen gebaar, schreeuwt geen bedreiging uit. Ik rijd maar door, en doe mijn uiterste best om kalm en mooi te rijden. Wie weet: misschien interesseert het hem, misschien kan dàt hem nog vermurwen! Dat duurt zoo enkele minuten, in knellende onzekerheid. Steeds roerloos staan de jongens op een hoopje, als versteend door mijn durf, zonder zelven nog iets te durven. Dan gaat hij eindelijk langzaam heen. Wij verademen, verádemen! Maar nog even staat hij en dadelijk weer prangt de griezeling. Zal hij nu toch.... op 't laatste oogenblik.... toen alles reeds gered scheen....? Neen; wat hem daar nog even geboeid houdt is een molshoopje, niets anders dan een versch molshoopje in 't korte gras. Hij trapt het open met den voet, en goddank is hij eindelijk weg, weg op zijn schrale, stijve beenen, door zijn hekje, in zijn onnoozel tuintje, waar het spuitfonteintje nu gestold is, maar waar de gedrochtelijke glazen bal potsierlijk glinstert in de heerlijk-stralende winterochtendzon.

Als een troep jubelende musschen vliegt de knapenbende dadelijk weer joelend over 't ijs. Zij rennen en glijden en zwieren daar nog een poosje rond en dan spoeden zij zich huiswaarts, om algauw wat te gaan eten en daarna terug te komen, met ijssleedjes en schaatsen, voor den ganschen, langen namiddag, want zij hebben vrij dien middag, niet omdat er ijs ligt, maar omdat het een donderdag is.

Continue Reading

Other books by Cyriel Buysse

More

You'll also like

Rising From Wreckage: Starfall's Epic Comeback

Rising From Wreckage: Starfall's Epic Comeback

Huo Wuer
4.5

Rain hammered against the asphalt as my sedan spun violently into the guardrail on the I-95. Blood trickled down my temple, stinging my eyes, while the rhythmic slap of the windshield wipers mocked my panic. Trembling, I dialed my husband, Clive. His executive assistant answered instead, his voice professional and utterly cold. "Mr. Wilson says to stop the theatrics. He said, and I quote, 'Hang up. Tell her I don’t have time for her emotional blackmail tonight.'" The line went dead while I was still trapped in the wreckage. At the hospital, I watched the news footage of Clive wrapping his jacket around his "fragile" ex-girlfriend, Angelena, shielding her from the storm I was currently bleeding in. When I returned to our penthouse, I found a prenatal ultrasound in his suit pocket, dated the day he claimed to be on a business trip. Instead of an apology, Clive met me with a sneer. He told me I was nothing but an "expensive decoration" his father bought to make him look stable. He froze my bank accounts and cut off my cards, waiting for the hunger to drive me back to his feet. I stared at the man I had loved for four years, realizing he didn't just want a wife; he wanted a prop he could switch off. He thought he could starve me into submission while he played father to another woman's child. But Clive forgot one thing. Before I was his trophy wife, I was Starfall—the legendary voice actress who vanished at the height of her fame. "I'm not jealous, Clive. I'm done." I grabbed my old microphone and walked out. I’m not just leaving him; I’m taking the lead role in the biggest saga in Hollywood—the one Angelena is desperate for. This time, the "decoration" is going to burn his world down.

The Scars She Hid From The World

The Scars She Hid From The World

REGINA MCBRIDE
4.6

The heavy iron gates of the Wilderness Correction Camp groaned as they released me after three years of state-sponsored hell. I stood on the dirt road, clutching a plastic bag that held my entire life, waiting for the family that claimed they sent me there for "rehab." My brother, Brady, picked me up in a luxury SUV only to throw me out onto a deserted highway in the middle of a brewing storm. He told me I was a "public relations nightmare" and that the rain might finally wash the "stink" of the camp off me. He drove away, leaving me to limp miles through the mud on a snapped ankle. When I finally dragged myself to our family estate, my mother didn't offer a hug; she gasped in horror because my muddy clothes were ruining her Italian marble. They didn't give me my old room back. Instead, they banished me to a moldy gardener’s shack and hired a "babysitter" to make sure I didn't embarrass them further. My sister, Kaleigh, stood there in white cashmere, pretending to cry while clinging to her fiancé, Ambrose—the man who had once been mine. They all treated me like a volatile junkie, refusing to acknowledge that Kaleigh was the one who planted the drugs in my bag three years ago. They wanted to believe I was broken so they wouldn't have to feel guilty about the "wellness retreat" that was actually a torture chamber. I sat in the dark of that shed, feeling the cooling gel on the cigarette burns that covered my arms, and realized they had made a fatal mistake. They thought they had erased me, but I had returned with a roadmap of scars and a hidden satellite phone. At dinner, I didn't beg for their love. I simply rolled up my sleeves and showed them the price of their silence. As the wine spilled and the lies crumbled, I sent a single text to the only person I trusted: "I'm in. Let them simmer." The hunt was finally on.

One Night With The Wrong Brother

One Night With The Wrong Brother

Tangye Wanzi
5.0

I thought I was waking up in the arms of Arthur, the man I loved. But as the morning light hit the Hamptons estate, the man buttoning his cuffs by the window turned around with eyes like chips of ice. It was Augustus Riddle, Arthur’s cruel younger brother, and I had just spent the night whispering confessions of love into the wrong man's ear. The night I thought was a beautiful beginning turned into a devastating nightmare. Instead of comfort, Gus treated me like a stain on his expensive carpet, scribbling a check for "services rendered" before shoving me into a dark service corridor to hide my existence from his brother. "How much does it cost to buy your silence?" He sneered, before leaving me barefoot in a torrential downpour while he drove away in a luxury Cadillac. Four years later, I am a struggling actress in Los Angeles, working double shifts as a barista just to keep the lights on. My life was finally stable until my roommate dragged me to a high-end dinner to meet her new "influential" boyfriend. The man sitting at the table, looking more arrogant and lethal than ever, was Augustus. He spent the entire night humiliating me, calling me a pathetic amateur and a social climber in front of my only friends. When I fled into the rain and collapsed on the sidewalk, skinning my knee until I bled, he watched from his car. He saw me clutching a plastic baggie containing the taped-together pieces of that four-year-old check—the only proof of my shame. He looked at me like roadkill, rolled up his window, and drove off into the dark. I couldn't understand why he was doing this. Why did he hate me enough to crush me, yet remember that I couldn't handle the smell of cigarette smoke? Why did he leave me bleeding in the street, only to send expensive medical supplies and coffee to my door the very next morning? "I'm moving out." I told my roommates, realizing that Gus Riddle didn't just want to destroy me; he wanted to haunt me. I grabbed my suitcase and walked out with eighty dollars to my name, finally ready to disappear into the city before he could burn the rest of my life to the ground.

Chapters
Read Now
Download Book