5.0
Comment(s)
View
31
Chapters

Noodlot by Louis Couperus

Noodlot Chapter 1 No.1

De handen in de zakken, den kraag van zijn pels op, ging Frank door het stuiven der sneeuw voort, langs den eenzamen Adela?de-Road, in den avond. Toen hij het villa-tje naderde, waar hij woonde,-White-Rose, geheel gedoken, gedompeld, verzonken in de blankheid der sneeuw, als een nestje in watten,-zag hij iemand op zich afkomen, van Primrose-Hill. Hij richtte zijn blik vast op het gelaat van den man, die hem blijkbaar wilde aanspreken; niet wetende wat deze in zijn schild voerde in dien eenzamen sneeuwnacht, en hij was zeer verbaasd, toen hij in het Hollandsch hoorde:

-Neem u me niet kwalijk.... is u niet meneer Westhove?

-Ja, antwoordde Frank. Wie is u? Wat is er?

-Ik ben Robert van Maeren, misschien herinnert u zich....

-Bertie, jij? riep Frank uit. Hoe kom je hier in Londen! En in zijne verbazing, zag hij, door het stuiven der sneeuw heen, een vizioen verrijzen uit zijne jeugd, een helder tafereel van jongensvriendschap, iets jongs en warms....

-Misschien niet zoo heel toevallig! antwoordde de vreemde, wiens stem bij den klank van dien verkleinnaam "Bertie" iets vaster klonk; ik wist, dat u hier woont en ik ben al driemaal aan uwe deur geweest, maar u was niet thuis. De juffrouw zei, dat u van avond toch thuis zo? komen, en daarom ben ik zoo vrij geweest hier op u te wachten....

De stem verloor weêr alle vastheid en werd smeekend, als van een bedelaar.

-Moest je me zoo dringend spreken? vroeg Frank verbaasd.

-Ja.... ik wou.... of u me misschien helpen kon.... ik ken hier niemand....

-Waar woon je?

-Nergens; ik ben van morgen vroeg hier aangekomen en ik heb.... ik heb geen geld....

En hij kromp, huiverend van het staan in de koude tijdens dit korte gesprek, zich bijna smeekend samen, als een hond, die bang is.

-Ga maar met me meê, sprak Frank, vol verbazing, medelijden, vol van de warme herinneringen zijner jongensjaren. Kom van nacht maar bij me.

-O ja, graag! klonk het antwoord, haastig en bevend, als bevreesd voor het terugnemen dier goddelijke woorden.

Zij gingen samen een paar passen voort; toen haalde Frank den sleutel uit zijn zak-den sleutel van White-Rose. Hij opende de deur; een zeshoekige Moorsche lantaren scheen in de vestibule zacht met halve vlam.

-Ga binnen! sprak Frank.

En hij deed de deur achter zich op het nachtslot, met een bout. Het was half een.

De meid was nog op.

-Die meneer was al zoo dikwijls hier geweest, fluisterde ze met een wantrouwenden blik naar Bertie; en ik zag hem hier van avond altijd door voorbijloopen, als hield hij de wacht. Ik was bang, weet u; het is hier zoo eenzaam.

Frank schudde geruststellend het hoofd.

-Laat het vuur gauw achter aanmaken, Annie. Is je man nog op?

-Het vuur meneer?!

-Ja ... Bertie, wil je wat eten?

-Heel graag.... als het u geen moeite geeft! antwoordde Bertie, in het Engelsch, voor de meid, en zijn blik zocht smeekend de koud verbaasde, blauwe oogen der flinke, knappe, jonge vrouw; zijne stem was als fluweel, en, tenger, klein, poogde hij in de vestibule zoo weinig mogelijk plaats in te nemen, in een te schrompelen, te vluchten uit hare blikken, zich uit te wisschen in een hoekje schaduw.

Frank leidde hem nu eene groote achterkamer binnen, eerst kil en donker, maar weldra verlicht, weldra ook zachtjes-aan met eene stralende lauwte verwarmd door het groote vuur, dat in den, nog gesloten, haard begon op te gloeien. Annie dekte de tafel.

-Eén couvert, meneer?

-Twee; ik soupeer meê! sprak Frank, denkend, dat Bertie dan vrijer zo? zijn.

Bertie had zich op Franks aandringen in een ruimen stoel gezet bij den haard en hij bleef daar schichtig rechtop zitten, zonder te spreken, verlegen voor de meid, die telkens ging en kwam. Eerst nu zag Frank, in het licht, de armoede van zijn uiterlijk; zijn dun gesleten jasje, vet glimmend en knoopen missend; zijne afgetrapte, uitgerafelde broek; zijne vuile bouffante, die een gemis aan linnen verborg; zijne uitgezakte schoenen met gaten. Een ouden hoed had hij bedremmeld, verlegen, in de hand gehouden. Het was eene kleeding, niets passend bij dien aristocratisch tengeren bouw, dat fijne, bleeke, magere gelaat, gedistingeerd, trots het ongeknipte, blonde haar en den ongeschoren stoppelbaard; het was als de maskerade van geboorte en opvoeding in de lompen der ellende, die zij onhandig, als een slecht zittend tooneelpak, droegen. En de acteur zelf bleef roerloos zitten, starende in het vuur, verlegen in de streeling der weelde, welke hem hier omringde in deze kamer: onwederlegbaar het verblijf van een vermogend jongmensch, die geen neiging tot huislijke gezelligheid had: rijke gordijnen en tapijten, rijke meubels en ornamenten, zonder comfort geschikt, recht tegen de wanden aan en, stijf netjes, zonder leven, glimpend opgepoetst. Maar Bertie kreeg dien indruk niet, want een welbehagen van warmte en veiligheid kwam over hem, een gevoel van rust en onbezorgdheid, kalm als een meer en zoet als een oase: een lachend landschap na de koude en de sneeuw van zoo even. En toen hij zag hoe Frank hem aanstaarde, zeker verwonderd over zijn roerloos zitten turen in het groote vuur, waar de vlammen thans dansend oplekten als gele drakentongen, glimlachte hij eindelijk en sprak hij nederig, dankbaar, met die stem als van een bedelaar:

-Dank u wel, u.... u is zoo goed....

Het was niet veel wat Annie daarna op tafel zette: de restantjes uit de provisiekast van een steeds uithuizig jongmensch, wat kouden beef-steak en sla, wat beschuit en jam, maar het zweemde toch naar een souper en Bertie deed het groote eer aan, systematisch langzaam en bijna onverschillig etend en drinkend, wasemend warmen grog, zonder den honger, die in zijn lichaam eene nijpende leêgte groef, te laten blijken. Frank poogde hem eindelijk uit te hooren, dwong hem te spreken en te verhalen wat hem in zulke ellende gebracht had en hij deed zijn verhaal bij brokken en stukken, steeds nederig, terwijl ieder woord klonk als eene bedelarij. Onaangenaamheden met zijn vader over zijn moederlijk erfdeel, een bagatel van een paar duizend gulden, weldra versmolten; zijn zwalken in Amerika, waar hij beurtelings boerenknecht, kellner in een hotel en figurant aan een theater was geweest; zijne terugreis naar Europa op een steamer, waar hij zijn overtocht met diensten van allerlei aard had betaald en nu: zijn eersten dag in Londen, zonder een cent. Hij had zich uit brieven, dagteekenende van een paar jaar geleden, het adres van Westhove in Londen herinnerd en aanstonds White-Rose opgezocht, vreezende, dat Frank in dien tijd wel vier-, vijfmaal verhuisd kon zijn, zonder een spoor te hebben achtergelaten ... O, zijn angst, dien nacht, wachtende in den wind, terwijl het donkerder en donkerder werd; de duisternis alleen verlicht door de spookachtige blankheid der doodstille sneeuw! En nu, die warmte, een dak, een souper! En nogmaals bedankte hij, zich klein makend, ineenschrompelend in zijn versleten kleêren:

-Dank u, dank u....

Annie, mopperend over die drukte in den nacht voor zoo een vagebond, dien meneer van de straat opraapte, had de logeerkamer gereed gemaakt. En Frank leidde hem naar boven, getroffen door zijn vermoeid uiterlijk, grijs van bleekte. Hij klopte hem op den schouder, beloofde hem te zullen helpen, maar nu moest hij naar bed gaan: morgen zouden zij wel verder zien.

Toen Bertie alleen was, keek hij aandachtig om zich rond. De kamer was zeer comfortabel, het bed breed, zacht en warm. Hij voelde zich vies en goor in die omgeving, vol gemakken en onbezorgdheid en in een aangeboren drang tot keurigheid en reinheid begon hij zich, hoewel hij rilde van de koude, eerst, lang en zorgvuldig, te wasschen, te reinigen, te poetsen, te wrijven, tot zijn lichaam rozig gloeide, geheel geparfumeerd met een aroom van zeepschuim. Hij zag in den spiegel en betreurde het, dat hij geen scheermes had: anders had hij zich geschoren. Eindelijk, gehuld in het nachtgoed, dat daar gereed lag, kroop hij in bed, tusschen de wol. Hij sliep niet dadelijk in, genietende van zijn bien-être, van zijn eigen reinheid, de blankheid der lakens, de frissche warmte der dekens, van het nachtlichtje, dat bescheiden schemerde door zijn groen gordijn. In zijne oogen begon een glimlach te tintelen, om zijn mond ook. En hij sliep in, zonder te denken aan morgen, rustig in de zorgeloosheid van het heden en de warmte van zijn bed, bijna leêg van hoofd, alleen met dit enkele, kleine gedachtetje: dat Frank toch een goede jongen was!

Continue Reading

Other books by Louis Couperus

More

You'll also like

The Billionaire's Secret Twins: Her Revenge

The Billionaire's Secret Twins: Her Revenge

Shearwater
4.5

I was four months pregnant, weighing over two hundred pounds, and my heart was failing from experimental treatments forced on me as a child. My doctor looked at me with clinical detachment and told me I was in a death sentence: if I kept the baby, I would die, and if I tried to remove it, I would die. Desperate for a lifeline, I called my father, Francis Acosta, to tell him I was sick and pregnant. I expected a father's love, but all I got was a cold, sharp blade of a voice. "Then do it quietly," he said. "Don't embarrass Candi. Her debutante ball is coming up." He didn't just reject me; he erased me. My trust fund was frozen, and I was told I was no longer an Acosta. My fiancé, Auston, had already discarded me, calling me a "bloated whale" while he looked for a thinner, wealthier replacement. I left New York on a Greyhound bus, weeping into a bag of chips, a broken woman the world considered a mistake. I couldn't understand how my own father could tell me to die "quietly" just to save face for a party. I didn't know why I had been a lab rat for my family’s pharmaceutical ambitions, or how they could sleep at night while I was left to rot in the gray drizzle of the city. Five years later, the doors of JFK International Airport slid open. I stepped onto the marble floor in red-soled stilettos, my body lean, lethal, and carved from years of blood and sweat. I wasn't the "whale" anymore; I was a ghost coming back to haunt them. With my daughter by my side and a medical reputation that terrified the global elite, I was ready to dismantle the Acosta empire piece by piece. "Tell Francis to wash his neck," I whispered to the skyline. "I'm home."

The Billionaire's Blind Bride: No Mercy

The Billionaire's Blind Bride: No Mercy

Emma
4.3

I married Clive Harrington, the coldest billionaire in Manhattan, under a strict contract that forbade any emotional burdens. When I needed a high-risk surgery to save my sight, I checked into the clinic alone, hiding the procedure from a husband who saw me as nothing more than a legal asset. I thought I could handle the darkness in silence. But while I was blind and bandaged in my hospital bed, my biological mother called, screaming that if I didn't produce a Harrington heir by the end of the fiscal year, she would cut off the life-saving treatments for my disabled sister. I was crawling on the cold hospital floor, desperately feeling for a cane I had dropped, when I touched a pair of expensive leather shoes. It was Clive. He was supposed to be in London closing a multi-million dollar deal, but there he was, watching his "contract wife" groveling in the dark like a beggar. He didn't walk away in disgust. He carried me to a five-thousand-dollar-a-night VIP suite and sat by my bed, listening in chilling silence as another voicemail from my mother filled the room, calling me a "useless broodmare" who was only worth the trust fund disbursements my marriage secured. I expected him to remind me of Clause 34B or hand me divorce papers now that I was "damaged goods." Instead, I felt his thumb brush a stray tear from my cheek, his presence shifting from a statue of ice into a predatory shield. "I thought I was just currency to you," I whispered, my voice trembling behind the gauze. "Just an investment." Clive didn't answer with words. He picked up his phone and called his head of legal with a single, terrifying command: "Kill the Douglas family’s credit lines. Every debt, every lien—trigger them all. If they want a war, I’ll give them a massacre." As he leaned down to kiss my bandaged forehead, I realized the contract was dead. My husband wasn't protecting an asset anymore; he was hunting the people who had dared to touch what belonged to him.

Woke Up Married To A Secret Zillionaire

Woke Up Married To A Secret Zillionaire

Amelia Rivers
5.0

I went to the New York City Clerk's office to handle a simple administrative matter, but the woman behind the glass handed me a nightmare instead. It was a certified marriage license from Clark County, Nevada, filed exactly three months ago. My vision blurred as I read the name in the spouse field: Baxter Noel. I was legally married to the ruthless billionaire whose legal team was currently suing me for intellectual property theft and trying to destroy my career. I remembered the conference in Las Vegas and a drink that tasted far too sweet, followed by a twelve-hour black hole in my memory that I had chalked up to exhaustion. When I sought help at my family's estate, my stepmother and sister didn't offer comfort; they stole my passport, shredded my clothes, and framed me for academic plagiarism to strip away my university fellowship. Even Baxter himself looked me in the eye with cold indifference, claiming he didn't know me and promising to have me arrested for fraud if I ever showed him that document again. Within twenty-four hours, I was homeless, jobless, and being hunted by the most powerful man in the city. I couldn't understand why a man who "eats people for breakfast" would be caught in the same trap as a struggling scientist like me. The confusion turned to pure terror when I looked at the witness signature on the license: Gene Mcclain. My mother, who was supposed to have died in a car crash ten years ago, had signed that paper with a fresh, trembling hand only ninety days ago. "I am holding a grenade, and I have no idea when the pin was pulled." Standing in the biting November wind with nothing but a laptop and a marriage license, I realized I was just a pawn in a much deadlier game. I stopped running and began to fight back, determined to use my unwanted status as the billionaire's wife to uncover the truth about the mother who came back from the dead.

Chapters
Read Now
Download Book